Waar ik vandaan kom


Mijn adem leerde lopen tussen rails en klinkers,
Gele trams, Anne Frank, schaatsen over de grachten.
Waar de walm van verse patat je hart verwarmt,
en je voor een gulden een kroket uit de muur trekt.
Het smaakte naar meer 
Waar ontelbare palen eeuwenoude historie dragen,
en de liefdevolle stemmen van de voorouders fluisteren.
Is het rood-wit van je voetbalclub nog intens heilig,
en dolen er soms meer junks dan toeristen door de donkere stegen
Wat spookt er rond in mijn donkere stegen?
Daar, waar je kunt vliegen waar ooit schepen vergingen,
en voel je de ontroering bij het turen door het vliegtuigraam.
Bestel je een biertje in je moerstaal,
en klinkt het: “Wilt u zitten? Ik kan staan!”
En ik? Kan ík wel blijven staan?
Waar ik vandaan kom
Heeft een kraker nog bestaansrecht,
en is je gulden een daalder waard
Kon je ooit letterlijk in ‘de aap’ logeren,
en kan de Roxy je in hogere sferen krijgen
Want, waar ík vandaan kom
Heeft ‘wallen’ nog een dubbele betekenis,
en noemt iedereen elkaar ‘mop’ of ‘schat’
Heb je kennisgemaakt met het koude staal van de tramrails,
en hoor je er niet bij als je fiets nooit gestolen is
Dat is plek waar mijn adem is geboren.
Waar álles mocht zijn
En ik vraag mij af.
Of ík dat ook mag 
Vorige
Vorige

Vaderdag

Volgende
Volgende

Haikus